De aanslagen van 22 maart 2016 hebben Brussel, België en ook ver daarbuiten diep getekend. De explosies op de luchthaven van Zaventem en in het metrostation Maalbeek kostten 32 mensen het leven en verwondden honderden anderen. Ze lieten rouwende families, getraumatiseerde overlevenden en een ontredderd land achter. Tien jaar later blijft de herinnering aan de slachtoffers intact: hun gezichten, hun verhalen en de zichtbare en onzichtbare wonden herinneren ons eraan hoe belangrijk het is om geweld nooit te banaliseren. Herdenken betekent hun lijden erkennen.
In dit erkenningsproces is het de opdracht van de HZIV (Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering) om erop toe te zien dat erkende slachtoffers kunnen genieten van de rechten waarop hun statuut hen recht geeft. Haar werking is vaak discreet, maar langdurig: behandeling van dossiers, administratieve opvolging en uitbetaling van specifieke terugbetalingen. Slachtoffers kunnen blijven rekenen op de HZIV, die achter de schermen met nauwgezetheid en engagement werkt om de continuïteit van de financiële steun te waarborgen en, binnen haar mogelijkheden, bij te dragen aan het herstelproces.